Rachel de Meijer groeide op in Terneuzen en presenteerde vorige week haar roman Kleurhonger. Het boek speelt zich voor een deel af in Zeeuws-Vlaanderen en vertelt het verhaal over collaboratie in de Tweede Wereldoorlog en hoe dat doorwerkt in latere generaties. „Het is geen waargebeurd verhaal, al had het allemaal echt gebeurd kunnen zijn.
In het dagelijks leven is Rachel de Meijer redacteur bij de NOS. Ze is weliswaar geboren in Breda, maar groeide op in Terneuzen. „Mijn ouders waren vanwege de woningnood uitgeweken naar Breda. Maar toen ik één jaar was kreeg mijn vader een baan bij Philips in Terneuzen en daar hoorde ook een huis bij.” De Meijer groeide op in Terneuzen en vertrok op haar zeventiende naar Amsterdam.
Het idee voor haar roman Kleurhonger kreeg ze toen ze onderzoek deed naar een verhaal waar ze op stuitte bij het schrijven van haar vorige boek Tussenland in 2014. „Dat was een non-fictie boek, een soort verslag van een reis door Zeeuws-Vlaanderen,” legt ze uit. „Daarvoor heb ik toen mijn moeder geïnterviewd en zij vertelde een verhaal over twee vrouwen uit een NSB-familie, een moeder en haar dochter, die kort na de bevrijding terugkeerden naar hun dorp in Zeeuws-Vlaanderen om te worden verhoord. Door de dorpelingen werden ze uitgescholden en bekogeld met eieren en tomaten.”
Het verhaal intrigeerde haar zo dat ze onderzoek ging doen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) in Den Haag. „Ik schreef er over in mijn vorige boek en vanuit de heemkundige kring was er belangstelling voor dat verhaal dat tot dan toe vrij onbekend was. Zo ben ik aan mijn onderzoek begonnen.” Ze speurde de nazaten van de NSB-familie die weinig wisten over het verleden van hun familie en vooral anoniem wilden blijven.
16.000 klompen voor Auschwitz
In het gerechtelijk dossier van een van de collaborateurs die De Meijer onderzocht stuitte ze op een macaber gegeven. In de oorlogsjaren leverde deze Zeeuws-Vlaming via de Waffen-SS tenminste 16.000 houten klompen aan concentratiekamp Auschwitz. „Zo staat het in zijn veroordeling”, verduidelijkt De Meijer. „Hij kocht de klompen van een klompenmaker in Zeeuws-Vlaanderen die door de oorlog geen afzetmarkt meer had. Die NSB’er wilde geld verdienen. 20.000 gulden heeft hij eraan overgehouden. Dat zou nu zo’n 170.000 euro zijn.”
Het gegeven liet De Meijer niet meer los. „Ik schrok ervan, maar ik dacht ook: hier zit een boek in.” Omdat de nabestaanden anoniem wilden blijven kwam ze op het idee om een roman te schrijven. „Daar had ik eerder nooit aan gedacht, het is organisch ontstaan.”
Schrijversvakschool
De Meijer volgde een opleiding aan de Schrijversvakschool in Amsterdam en niet zonder resultaat: haar debuutroman leest als een trein en verveelt geen moment. „Het begon te stromen en ik heb het boek in drie jaar geschreven. De eerste reacties zijn positief. Ook van de meelezers, ze wilden allemaal weten hoe het afliep.”
Voor Zeeuws-Vlaamse lezers is er veel te herkennen in het boek. Zo speelt de romance van de dochter uit het NSB-gezin met een hooggeplaatste Duitser zich af tegen het decor van het ‘bunkerdorp’ in Groede. Hoewel Kleurhonger voor een deel is gebaseerd op historische feiten heeft De Meijer fictieve personages gecreëerd. De drie vrouwen waar het boek over gaat hebben niet echt bestaan.
Nu haar eerste roman het levenslicht heeft gezien is De Meijer al aan het nadenken over een volgend boek. „Ik heb nu weer meer ruimte in mijn hoofd, nu dit boek er is. En ik denk na over een utopische roman, ik wil naar betere tijden schrijven. Hoe komen we uit dit wereldwijde populistische drama? Op die vraag zou ik graag antwoord geven in het boek.”