Van 2009 t/m 2013 schreef ik af en toe een artikel voor de achterpagina van NRC handelsblad.

Via onderstaande link te lezen, maar ook op mijn eigen website. 

 

NRC Handelsblad, 25 januari 2013

Dit weekend is het kunstwerk van Anish Kapoor in Tilburg ‘af’. 1200 maal werd een waskanon afgevuurd door drie kanonniers.

 

Elke 30 minuten, 11 keer per dag, wordt 9 kilo was met 80 km per uur in een hoek geschoten. Op die manier ontstaat al drie maanden lang het kunstwerk Shooting into the Corner van Anish Kapoor in museum De Pont in Tilburg.

Drie kanonniers doen het werk, onverstoorbaar en volgens een vast patroon. De schutter mag niet in contact treden met het publiek, want dat leidt af van het kunstwerk. Zelfs oogcontact is verboden. „Dat is soms lastig”, zegt Jesse Havens. „Als iemand me een vraag stelt, mag ik die niet beantwoorden. Tussen het kanonschieten door zoek ik die persoon dan toch even op.” Havens is een van de drie kanonniers. Na zijn eindexamen wist hij niet wat hij wilde, dus besloot hij een jaar te gaan werken. Hij kreeg een baan als suppoost bij De Pont. En of hij dan ook drie maanden het kanon wilde afschieten. „Een grote eer”, vindt Havens, al kende hij Kapoors werk niet voordat hij eraan begon. Als de tentoonstelling afgelopen is heeft hij het luchtdrukkanon 400 keer bediend. Net zo vaak als zijn collega-schutters.

Het werk is bijna af maar blijft niet bestaan, al mag dat best van de kunstenaar. „Dan moeten we het aankopen, maar dat doen we niet”, zegt Hendrik Driessen, directeur van De Pont. „We hebben speciale muren moeten bouwen om de kracht van de kogels op te vangen, en daardoor neemt het werk te veel ruimte in.” Dus wordt de installatie gerecycled en verdwijnt de rode was in groene vaten, wachtend op een nieuwe plek waar het wordt afgeschoten.

Het geeft het kunstwerk iets zinloos. En de thematiek– seks en geweld – is al zo zwaar. Het kanon (mannelijk) schiet met grote kracht rode waskogels in een hoek (vrouwelijk), het resultaat oogt als een ‘bloedbad’, een slagveld, na de strijd.

Maar het publiek wordt er vooral vrolijk van, zoals wel vaker bij werk van Kapoor. De knal dreunt nog even na ergens in het middenrif. Grote hilariteit. De meeste museumbezoekers bekijken de installatie twee keer. De eerste keer door de lens van een camera, in een poging de kogel vast te leggen voordat-ie de muur raakt. De tweede keer met eigen ogen. Het maakt de schrik en opwinding er niet minder om.

Schutter Havens schrikt er niet meer van, hij doet zelfs zijn oordoppen niet meer in. En hoe zinloos het kunstwerk ook lijkt, hij weet nu wat hij wil. Iets met kunst en techniek. Nu nog de juiste opleiding erbij vinden. 


NRC Handelsblad, 4 december 2010

"Blij dat-ie weg was"

 

Om doodsbang te zijn voor de goedheiligman had ik als kind geen horrorsint nodig, zoals die nu te zien is in de nieuwe film van Dick Maas. Licht traumatisch mag je mijn herinneringen w"el noemen. Niet alleen vanwege angst voor de roe of de zak. Mijn geweten knaagde ook. Mijn moeder had me verteld dat Sinterklaas alles wist, van alle kinderen op de hele wereld. Opgetekend in dat grote rode boek. De komst van de goedheiligman betekende dus een keiharde confrontatie met mijn geweten. En daar was het niet goed mee gesteld in die tijd.

Ik pikte regelmatig geld uit de portemonnee van mijn moeder, om snoep van te kopen.

In november kwam de man die dat wist. Eerst bij Philips, waar mijn vader werkte. 

de kantine van de gloeilampenfabriek riep Sinterklaas elk jaar een paar kinderen bij zich om ze ten overstaan van een volle zaal te confronteren met het kattenkwaad dat ze dat jaar hadden uitgehaald. Ouders konden hun kind daar voor opgeven. Zo onderuitgezakt mogelijk zat ik op mijn stoeltje, hopend dat de Sint mij niet zou vinden. En hij vond me nooit, gelukkig had ik niet van zulke ouders. Wel moest ik, net als alle andere kinderen, aan het einde van deze feestelijke middag mijn cadeau bij Sinterklaas ophalen. Maar daar draaide ik mijn hand dan niet meer voor om, het gevaar was immers geweken. Als de Sint vertrok, zong ik uit volle borst ‘dag sinterklaasje, daaag!’. Dat gevoel van opluchting was helaas van korte duur, want een paar dagen later was ie er weer, dit keer in het buurthuis.

Ik wilde daar niet naar toe, dus verstopte ik me thuis onder de tafel. Daar zat ik stilletjes te huilen, doodsbang voor deportatie naar Spanje. Ook deze keer vonden ze me niet. En toen werd het 5 december, pakjesavond…..

Op het moment dat de pepernoten door de kamer vlogen werd mijn angst zo groot dat ik een aanval van hysterie kreeg, ontlading, vermoed ik, van weken opgebouwde angst. Toen mijn vader ter geruststelling een plaatje opzette met hoor wie klopt daar kinderen, werd het er niet beter op. Pas op het moment dat de zak met cadeautjes binnengedragen werd, won de nieuwsgierigheid het weer van mijn angst. Pas aan het einde van die avond beleefde ik een intens geluksmoment. Sinterklaas had mijn geheim wéér niet prijsgegeven en ik was ook nog eens overladen met cadeaus, met als hoogtepunt een set Caran d’Ache kleurpotloden, waar ik zoet mee zat te spelen.

Maar de échte verlossing moest nog komen. Op een dag stelde mijn zus voor geheimpjes uit te wisselen. Het geheimpje dat ik haar vertelde ben ik vergeten, maar wat zij mij in mijn oor fluisterde staat in mijn geheugen gegrift: ‘Sinterklaas bestaat niet’.


NRC Handelsblad, 4 oktober 2010

Een lui oog, waardoor je niet goed diepte ziet, voelt door de opkomst van 3D-films ineens als handicap, schrijft Rachel de Meijer.

 

3D-films aan mijn lui oog niet besteed

 

Afgelopen winter moest ik met een vriendin naar Haarlem uitwijken om daar de tweedimensionale versie van Avatar te zien. Niet dat we iets tegen driedimensionale films hebben, maar we zien geen diepte, dus hebben er niets aan. Mijn vriendin en ik lijden namelijk aan amblyopie, in gewoon Nederlands een lui oog.

Dat is eigenlijk een verwarrende term, aangezien het oog zelf niet lui is. Er gaat iets mis bij de informatieverwerking in de hersenen, waardoor de ogen niet goed samenwerken. Als gevolg daarvan zijn driedimensionale films niet aan ons besteed. Een mens heeft immers twee ogen nodig om diepte te zien en bij een lui oog functioneert één van de ogen beperkt. In mijn geval ziet het rechteroog 15 procent van wat het zou moeten zien en dat komt neer op kijken met één oog.

Mijn luie oog openbaarde zich toen ik vier jaar oud was. Vanaf het moment dat ik regelmatig tegen bomen, hekjes en ander obstakels op ging lopen, vond mijn moeder het tijd om maar eens een oogarts te consulteren. De diagnose was snel gesteld. Met pleisters en zuignappen op mijn ‘actieve’ oog werd geprobeerd het luie oog wakker te schudden. Mijn goede oog werd afgeplakt en daardoor liep ik tegen nog meer bomen, muurtjes en andere obstakels op. Ik ging half blind door het leven en trok de pleister dan ook geregeld van mijn oog. Erger nog dan de pleister was de zuignap, die vastgezogen zat aan de binnenkant van mijn brilglas. Mede door mijn gespijbel is mijn luie oog niet genezen. Of de kwaal was te hardnekkig, dat kan ook.

Na het tiende jaar heeft behandeling van een lui oog geen zin meer. Zwaarder geschut moest ingezet; twee operaties zorgden ervoor dat mijn luie oog in ieder geval recht vooruit blijft kijken, maar diepte, nee dat zal ik nooit zien.

Tot nu toe ging ik probleemloos door het leven met deze kleine ‘handicap’. Ik rij auto, kan veilig een straat oversteken en heb zelfs hoogtevrees. Ik zie dan wel geen diepte, maar ik weet dat die er is. Al was het maar omdat voorwerpen kleiner worden naarmate ze verder weg zijn.

Maar met de snelle opkomst van de 3D-film ervaar ik mijn kleine gebrek voor het eerst als een handicap. En ik ben niet de enige, want volgens de Nederlandse Vereniging van Orthoptisten heeft 5 procent van de Nederlandse bevolking een lui oog.

En daaronder niet de minsten. Na bestudering van zijn 36 zelfportretten concludeerden wetenschappers dat Rembrandt een lui linkeroog had. Niet dat hij er veel nadeel door ondervond. Rembrandt zag de wereld plat, dus hij schilderde gewoon wat -ie zag.

Komende maanden zullen tientallen 3D-films in de bioscopen te zien zijn, waaronder ook de eerste Nederlandse, Amphibious. Uit Hollywood zijn de komende twee jaar ten minste zestig driedimensionale films te verwachten. Ook de 3D-televisie is in opmars.

De Vereniging van Orthoptisten krijgt de laatste tijd dan ook veel vragen over de (on)mogelijkheid om met een lui oog een 3D-film te zien. En die bezorgde telefoontjes komen vooral binnen naar aanleiding van het verschijnen van de nieuwste en tevens laatste Harry Potter-film in november, in 3D! Pathé heeft besloten de film alleen nog maar in deze versie in de bioscoop te brengen.

Maar volgens distributeur Warner Brothers zal de film ook zeker in 2D verschijnen. Waar en in hoeveel bioscopen is nog niet duidelijk.

Het is dat ik niet van Harry Potter houd, anders hadden mijn vriendin en ik wederom moeten uitwijken naar Haarlem.


NRC Handelsblad, 23 april 2010

De onthullingen over seksschandalen in de Katholieke Kerk houden aan. Voor Rachel de Meijer aanleiding om nu uit de kerk te willen stappen. Maar hoe doe je dat?

Maar hoe stap je uit de kerk? 

 

Zeker 550 rooms-katholieken hebben zich in Nederland de afgelopen tijd laten uitschrijven, nu steeds meer bekend wordt over seksschandalen in de Rooms-Katholieke Kerk, na Amerika en Ierland nu ook in Nederland. Niet veel opzeggingen, als je dat afzet tegen de ruim 4 miljoen leden die de kerk in Nederland heeft. Het lidmaatschap opzeggen is dan ook geen eenvoudige zaak, ondervond ik toen ik besloot de kerk te verlaten.

 

Niet dat ik ooit in Onze Lieve Heer heb geloofd, daar deden mijn van huis uit katholieke ouders ook niet echt hun best voor. Mijn moeder lachte altijd hartelijk om de roomse poppenkast en mijn socialistische vader vloekte alleen maar op de kerk. Als ik al ergens in geloofde was het Sinterklaas, die kwam tenslotte elk jaar. Ook een soort God die oordeelde over goed en kwaad, ‘wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe’.

Toch ben ik gedoopt, heb ik eerste communie gedaan en het heilig vormsel ontvangen. Zo ging dat in die tijd. Maar goed, het moest er nu toch echt van komen, de maat was vol.

Al eerder overwoog ik me uit te laten schrijven, maar het bleef altijd bij goede voornemens. Er was door de jaren heen genoeg aanleiding: het standpunt over abortus en homoseksualiteit, een (nep)bisschop die de Holocaust ontkent en recentelijk de communie-rel in het bisdom Den Bosch. Maar het is de hypocrisie die de doorslag gaf. Een kerk die mensen moreel zó de maat neemt, terwijl de eigen ‘zondaars’ de hand boven het hoofd wordt gehouden, daar wil ik op geen enkele manier meer mee verbonden zijn.

Aan de slag dus. Een vriendin wijst me via Facebook op een website waar uitgelegd wordt hoe je je moet uitschrijven. Bij het lezen van de handleiding begint het me te duizelen.

Die vertelt namelijk dat ik me tot vijf verschillende instanties moet wenden: de SILA (Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie), de centrale administratie van de Rooms-Katholieke Kerk, mijn eigen parochie, de parochie waar ik gedoopt bent en het bisdom waartoe mijn huidige parochie behoort. Zucht.

Eerste probleem: ik ben gedoopt in de wederopbouwkerk De Goede Herder in Breda. Zoals dat gaat met wederopbouwarchitectuur is deze kerk jaren geleden gesloopt en daarmee ook de parochie verdwenen. Na navraag bij het bisdom Breda blijkt het doopregister ondergebracht bij de parochie Breda-Noord.

Als ik vervolgens die parochie bel word ik allervriendelijkst te woord gestaan door een administratief medewerkster. „Ik ga het gelijk regelen”, zegt ze opgewekt en voortvarend. „Ik kan u niet uit het doopregister verwijderen, wel komt er een aantekening bij uw naam te staan dat u uitgeschreven bent.” Ik dank haar en hang op. De eerste hobbel is genomen.

Tweede probleem: waar is mijn eigen parochie? In de dertig jaar dat ik in Amsterdam woon heb ik nooit enige post van welke kerk dan ook ontvangen. Ik wend me tot de Heilige Nicolaas, de parochie van de Amsterdamse binnenstad, waar ik woon. De secretaris van de parochie kan niet direct bevestigen of ik daadwerkelijk sta ingeschreven, maar hij gaat het uitzoeken. „Als het zo is schrijven we u uit, en geven we het ook door aan de SILA, dan is alles geregeld”, meldt hij me. „En het bisdom en de centrale administratie dan?” vraag ik wantrouwend. „Nee hoor, niet nodig.” Ik blijf in lichte verbazing achter; het ging een stuk makkelijker dan gedacht. Daarbij vroeg geen enkel kerkelijk medewerker naar mijn motivatie om de kerk te verlaten, laat staan dat ze probeerden mijn ziel te redden. Zien ze de toch al verloren schapen liever gaan, of hebben ze gewoon genoeg van alle negativiteit?

Ik weet het niet, in ieder geval is mijn missie volbracht, ik ben katholiek af.


NRC Handelsblad, 12 december 2009

Tientallen miljoenen mensen melken virtuele koeien en verbouwen virtuele groente op internet, met Farmville. Een ervaringsdeskundige vertelt.

Farmville: lekker boeren op internet

 

Het platteland loopt leeg, maar op internet is het boerenleven populairder dan ooit. Dat komt niet door het tv-programma Boer zoekt vrouw, maar door Farmville, een internetspel dat de deelnemer op slimme wijze aanzet om zo snel mogelijk een zo groot mogelijk boerenbedrijf op te zetten. Het spel is gekoppeld aan de netwerksite Facebook en daar valt te lezen dat Farmville, sinds een half jaar in de lucht, inmiddels 70 miljoen actieve gebruikers heeft.

Ik heb ze lang weten te negeren, al die verzoeken van mijn (Facebook)vrienden om het spel te gaan spelen, maar uiteindelijk ben ook ik gevallen voor de charmes van het virtuele boerenleven. Inmiddels ben ik een grootgrondbezitter die dagelijks gemiddeld twee uur druk is met het werk op haar virtuele boerderij. Koeien melken, truffels verzamelen, fruitbomen plukken en niet te vergeten ploegen, zaaien en oogsten (op dit moment vooral kerststerren, die leveren veel virtueel Farmville-geld op deze maand!).

En dan heb ik het nog niet over al het werk dat ik verzet op de boerderijen van mijn bevriende cyberboeren. Want die heb je hard nodig: zij voorzien je van startkapitaal, bemesten je gewassen en geven je allerlei cadeautjes die je helpen je boerderij uit te breiden. Dat klinkt heel sociaal, maar ze worden er vooral zelf beter van. Voor het helpen van je buren krijg je namelijk punten die nodig zijn om de boerderij uit te breiden en naar een volgend niveau te brengen. Daar wachten dan weer nieuwe gewassen en hulpmiddelen zoals tractoren en oogstmachines die het werk nog efficiënter maken. En zo word je steeds dieper het spel in gezogen en begint de scheidslijn tussen de echte en virtuele wereld te vervagen. Want toen ik onlangs op het IDFA een prachtige documentaire zag over het belang van bijen voor de bestuiving van gewassen, zag ik ze al rondvliegen op mijn eigen virtuele boerderij.

Bevriende cyberboeren laten me tegenwoordig via letterpatronen op hun land (RIO) weten dat ze op vakantie zijn en gesprekken tussen Farmville-gebruikers zijn voor buitenstaanders niet te volgen.

Maar wat maakt Farmville nou zo leuk en een tikkeltje verslavend?

Ik vroeg het een paar van mijn buren op Farmville. „Het is zo gezellig, die boerderijgeluiden op de achtergrond, maar zonder mijn buren zou ik er niks aan vinden, het sociale aspect is belangrijk.”

„Rustgevend, heerlijk om je verstand op nul te zetten en een tijdje rond te klooien op je boerderij.” Een ander zei er zelfs van te leren. „Op vakantie in Laos herkende ik aloë vera omdat ik het op Farmville had verbouwd.”

Maar niet iedereen valt voor de charmes van Farmville. Op Facebook zijn al 70.000 leden op I hate Farmville-pagina’s. „Get a life!”, roepen ze in koor.

Ze vinden Farmvillers een beetje zielig. Maar dat zijn we natuurlijk helemaal niet.

De eerste rel is er ook al geweest. In verschillende Indiase kranten werd schande gesproken van het ontbreken van de Indiase vlag in het spel. Je kunt je boerenbedrijf optuigen met van alles: struiken, gekleurde hekken en vlaggen van verschillende landen.

Een petitie, ondertekend door 20.000 Indiërs, zette Zynga, de producent van Farmville, onder druk. Het spel moest ook een Indiase vlag krijgen. In een verklaring liet het spelletjesbedrijf, dat ook internet-gezelschapsspelletjes maakt als Fishville, Mafia Wars en Petville, weten bezig te zijn alle vlaggen toe te voegen zodat iedere speler de trots voor zijn land kan uitdragen. De Indiase vlag is inmiddels toegevoegd, maar ik geloof niet dat ik op zoek ga naar de Nederlandse driekleur. Het wordt tijd om te stoppen.

Misschien een goed voornemen voor het nieuwe jaar…