Achtergrond
Geboren in Breda, maar opgegroeid in Zeeuws-Vlaanderen. Als eenjarige verhuisde ik met mijn vader, moeder en twee zusjes van Breda naar Terneuzen. Op mijn zeventiende vertrok ik naar Amsterdam. Daar studeerde ik, sjeesde ik, was ik werkloos, had ik baantjes, tot ik in de jaren 90 na een HBO-avondstudie alsnog afstudeerde, als documentalist. Ik ging werken bij de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Acht jaar later werd ik documentalist bij het NOS Journaal en na twee jaar redacteur binnenland. Daar is het schrijven begonnen, eerst voor TV, later voor nos.nl en sinds tien jaar ook als auteur van mijn eigen boeken.
Schrijven
Dit jaar is mijn tweede boek verschenen, mijn eerste roman, Kleurhonger. Tien jaar geleden schreef ik Tussenland, een Reis door Zeeuws- Vlaanderen, een non-fictie boek over die als saai bekendstaande streek. Het plezier in schrijven begon in mijn werk, maar journalistiek schrijven is bijna het tegenovergestelde van literair schrijven. Uitleggen, verklaren, moeilijke woorden en lange zinnen vermijden, dat zijn zaken die in journalistieke teksten voor televisie van wezenlijk belang zijn, in proza is het de dood in de pot. Om meer te leren over literair schrijven ben ik cursussen gaan volgen bij de Schrijversvakschool. In 2020 begon ik met de cursus Proza (Kort Verhaal), die van start ging kort nadat de coronocrisis uitbrak. Onze eerste lessen van docent Thomas Heerma van Voss waren online, tot een van de cursisten een ruimte vond waar we op gepaste afstand bij elkaar konden komen. Toen ik concrete plannen kreeg voor een roman ben ik de cursus Roman gaan volgen bij Graa Boomsma. Het bleek de vliegende start voor Kleurhonger, dat 9 okotber verscheen bij Uitgeverij Magonia. Inmiddels is er een idee voor een tweede roman.
Journalistiek
Ik ben dus een zij-instromer in de journalistiek. Op 1 janauri 2000 ging ik als documentalist aan het werk bij de NOS. In die tijd, voor de digitalisering, was dat een functie met monnikenwerk: elke dag de relevante artikelen knippen uit alle landelijke dagbladen voor het papieren knipselarchief, beeldmateriaal archiveren op betamax banden. Al vrij snel raakte ik geïnteresseerd in het journalistieke werk op de redactie. Na twee jaar stapte ik dan ook over naar de binnenlandredactie en werd journalist.
Jarenlang was ik garend redacteur, gespecialiseerd in kunst en cultuur en later ook woningbouw. Ik zette heel veel items in de steigers voor het NOS Journaal, van een interview met Anselm Kiefer over zijn wonderlijke artistieke antwoord op De Nachtwacht tot een memorabel item met Kees van Kooten en Wim de Bie naar aanleiding van het verschijnen van een DVD-box met hun werk. Bij hoge uitzondering was er nog één keer een Keek op de Week, deze keer niet bij de VPRO, maar in het Journaal.
Ik hield jarenlang een dossier bij over museumverbouwingen in Amsterdam: de Hermitage, het Scheepvaartmuseum, het Stedelijk Museum, het Rijksmuseum en de nieuwbouw voor het Filmmuseum Eye. Door die vijf verbouwingen was het culturele landschap van de hoofdstad verschraald en het Rijks- en Stedelijk Museum kampten ook nog met budgetoverschrijdingen en jarenlange vertragingen. In 2014 bekwaamde ik me in beeldmontage en ging ik zelf items maken. En dat doe ik nog steeds, want daarin vond ik echt mijn draai. Naast het dagelijkse nieuws maak ik veel necrologieën, die op de redactie obits (van het Engelse obituary) worden genoemd. Het zijn journaalitems die de NOS uitzendt bij het overlijden van een belangwekkend persoon. In pakweg twee minuten een leven samenvatten is een uitdaging, maar ook heel mooi werk.